Oorlogsbronnen Weert
'Een ernstige ramp', noemt burgemeester Willem Kolkman aan het begin der raadsvergadering van 20 november 1940; het feit dat enkele dagen eerder, op donderdag 14 november, de houten torenspits van de St.-Martinuskerk in Weert een buiteling op de daken van de aan de Korenmarkt gelegen panden heeft gemaakt.
Die nacht heeft een fikse zuidwesterstorm de spits omvergeblazen en daarmee een eind gemaakt aan zijn de status als hoogste torenspits van Limburg. Het voorval is groot nieuws en leidt, buiten de reactie van de burgervader Kolkman, tot de nodige acties.

Over de ramp zelf wordt door verschillende instanties en in diverse media stilgestaan. Zeker zal deken Souren in zijn preek op de ramp zijn ingegaan, maar daar is niets van bekend.
De uitlatingen van burgemeester Kolkman in de raadsvergadering van 20 november zijn bekend. Zijn reactie wordt nog eens gememoreerd in het Kanton Weert van twee dagen later. Diezelfde krant is al op 15 november met een uitgebreid artikel gekomen en vermeldt en passant dat het opruimen een aanvang heeft genomen.
Maar wie deed dat dan, dat opruimen? Zoals zo vaak in de geschiedenis onttrekt dit aspect van de ramp zich aan het nieuws.
We vinden er ook niet veel van terug. Bovengenoemde bronnen reppen er niet over. Gelukkig heeft Pierre Linssen, indertijd gemeenteontvanger, een antwoord gegeven. In zijn kroniek weet hij te melden dat de Opbouwers, leden van de Opbouwdienst, al kort na de val van de toren begonnen met puin ruimen.

De Opbouwdienst is een voorloper van de later zo verfoeide Arbeidsdienst. Hij is gedacht als een voorzichtige aanzet om op dezelfde leest als de in Duitsland opererende Reichsarbeitsdienst, een dergelijke dienst ook in Nederland op te zetten.
Voor de menskracht zou men in eerste instantie gebruik kunnen maken van de tienduizenden militairen die na de demobilisatie (toch) geen emplooi meer zouden kunnen vinden.
Door deze soldaten, die zich daartoe vrijwillig aanmelden, in de Opbouwdienst onder te brengen creëert men een orgaan, dat vervolgens moet uitgroeien tot een verplichte dienst voor de mannelijke bevolking.
Generaal Winkelman geeft zijn toestemming aan het plan en zo wordt op 15 juli 1940 de Opbouwdienst in het leven geroepen. Dat leidt al snel tot tienduizenden aanmeldingen.
Deze gang van zaken wordt bevestigd door de foto´s die van het opruimen zijn gemaakt. Uniformen heeft de Opbouwdienst nog niet en we zien dan ook de Opbouwers (die overigens meer met opruimen en afbreken dan met opbouwen bezig zijn) in Nederlands militair uniform.
Voor informatie over de Opbouwdienst