14 mei 1748

Op de plaats rust

- een unieke kaart van Weert uit 1748 -

In het archief van de bekende Weerternaar Mr. Stan Smeets (1907 - 1995)  treffen we een opmerkelijk krantenartikel aan 'Weert koopt antiquarische stafkaart' in De Limburger van 14 januari 1982.

Via antiquariaat De Slegte in Eindhoven kwam de gemeente begin 1982 in het bezit van een unieke handgekleurde kaart van Weert en omgeving. Op de kaart worden de posities aangegeven van verschillende legeronderdelen die hier in 1748 waren gelegerd.
De aanschafprijs bedroeg 1250 gulden.

GMW Kaartencollectie inv. nr. 2779

De keizer krijgt een dochter

Weert en Nederweert maken in de 18e eeuw deel uit van de Oostenrijkse Nederlanden. Onder de toenmalige wetgeving is het op veel plekken niet mogelijk voor een vrouw om land te erven. Dus wanneer keizer Karel VI (r. 1711–1740) alleen dochters krijgt, staat de toekomst van de Oostenrijkse landsdelen op het spel.

Na veel politieke concessies weet hij zijn opvolging wettelijk vast te leggen. Maar het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Zijn dochter Maria Theresia (1717–1780) bestijgt in 1740 de troon. Op dat moment ruiken Beieren, Pruisen en Frankrijk een kans om hun rivaal een kopje kleiner te maken. Groot-Brittannië en de Republiek voegen zich al snel bij Oostenrijk, om Franse ambities in de Zuidelijke Nederlanden een hak te zetten. Dit is het begin van de Oostenrijkse Successieoorlog.

Toelichting op de stafkaart

Nadat Frankrijk in 1748 de vestingstad Maastricht verovert, trekken de geallieerde legers zich terug in noordelijke richting. Op 14 en 15 mei 1748 was het hoofdkwartier van de Oostenrijkse-Britse-Nederlandse coalitie in Weert en Nederweert gevestigd. Naderhand is er een militaire stafkaart van de situatie opgetekend.
Op de kaart wijst de noordpijl naar beneden.

Links zien we de woonkern Nederweert en in het midden Weert. Ook zijn er enkele kapellen en gehuchten aangegeven. Bovenaan zien we de hoeve Vrouwenhof van de roemrijke familie Costeriusnaar pagina: Een stapje hoger . Ook de voormalige Aldenborghnaar pagina: Biest 43 is goed te zien, net buiten de stadsmuren – de huidige singels.

Het “Zwarte Water” rondom Weert verwijst waarschijnlijk naar de Budelerbergen en het Weerterbos, dat toen nog bestond uit zwarte heidegronden en moerassen.

Transcriptie bijbehorende tekst

Plan

Von den Lagern der Alliirten Armee beij Weert welches selbige den 14ten Maij 1748 occupiret.

A. Marquiret das Lager vom lincken Flügel welches daselbst bis den 15te Maij gestanden.
B. Zeiget das Lager vom Rechten Flügel, so alda nur den 14te Maij gestanden.

Das Haubtquartier S[einer] Königl[ichen] Hoheit des Hertzoges von Cumberland war im Kloster vor Weert.
Das quartier der Engelschen Generals in Neer-Weert.
Das quartier de Keijserl[ichen] und Hannoverschen Generals in Weert und Boshoven.

Vertaling

Overzicht

Van de kampen van het geallieerde leger bij Weert dat daar de 14de mei 1748 gevestigd was.

A. Markeert het legerkamp van de linkervleugel dat daar tot de 15de mei verbleef.
B. Geeft het legerkamp aan van de rechtervleugel dat daar alleen op de 14de mei verbleef.

Het hoofdkwartier van Zijne Koninklijke Hoogheid de Hertog van Cumberland was in het klooster voor Weert.
Het kwartier van de Engelse generaals in Nederweert.
Het kwartier van de keizerlijke en Hannoveraanse Generaals in Weert en Boshoven.

Trammelant in het Weerterland

Zo’n troepenverplaatsing bracht altijd veel gedoe met zich mee. Al vanaf 4 april 1748 begint Weert orders te ontvangen uit het kamp van generaal Forgách. Het leger had behoefte aan stro en hooi, aan mutsaards en fagotten voor het maken van kampvuren, aan brood voor de soldaten, en aan het gebruik van paarden en karren voor het vervoer van dit alles. Vooral boerengemeenschappen als Swartbroek, Tungelroy en Boshoven werd veel gevraagd, en bovenal Nederweert.

Op 20 mei maakt de secretaris van Weert, P.M. Schenaerts, de balans op. 10.150 bossen stro, 5.450 fagotten en 10 karren met hout zijn geleverd, voor een totaal van 1327 Luikse guldens en 10 cent. Ook is er een order van 1000 porties brood en 3000 porties paardenvoer geplaatst. Maar het meest ingrijpende is ongetwijfeld het gebruik van paarden en karren.

Het gemis van hun paarden zorgde voor veel wrevel bij de boerenbevolking, omdat ze hierdoor hun dagelijkse werkzaamheden niet konden uitvoeren. Op 19 mei werd dan ook een verzoek ingediend aan generaal Batthyány om op dit gebied niet langer een beroep te doen op de lokale bevolking. In totaal werd er in Weert voor 886 dagen aan paardenkracht ingehuurd, in Nederweert 1653 dagen, en in Wessem 246 dagen. Hier werd 2 Luikse guldens of 4 Brabantse schelling per dag voor gerekend. 17 Brabantse schelling stond gelijk aan 1 Hollandse dukaat.

Na afloop van een oorlog zat de overheid doorgaans diep in de schulden. Uit het overzicht van secretaris Schenaerts blijkt dat er op 1 augustus 1748 nog circa 3700 guldens betaald moesten worden voor het gebruik van de paarden, 2/3e van het totale bedrag van circa 5500 guldens. Het hof in Brussel liet weten dat ze de rekeningen van Schenaerts goedkeurde, maar het zou ongetwijfeld nog jaren duren voordat het volledige bedrag was afbetaald.

Bron

Dit  is onderdeel geweest van de verkiezing  Stuk van het jaar 2013.naar pagina: Stuk van het jaar 2013