Oorlogsbronnen Weert
Bezet Nederland
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog groeit het gevoel van onderdrukking gestaag onder het juk van de bezetter. Er worden talloze verordeningen door de Duitsers aan de Nederlandse bevolking opgelegd.

In juni 1940 wordt een distributiesysteem voor levensmiddelen opgesteld waarbij mensen voedselbonnen krijgen. De bevolking is niet meer vrij om te gaan en staan waar het hen blieft en bovendien werd in september van het eerste bezettingsjaar het identiteitsbewijs verplicht.
Met deze 'ongemakken' valt nog te leven, maar in de loop van 1942 verhardt de houding van de Duitse bezetter dat resulteert in een grotere voedselschaarste. Vooral voor de jongere beroepsbevolking wordt het leven een stuk grimmiger.

De vraag naar arbeidskrachten wordt zo groot dat de bezetter niet meer op vrijwillige basis mensen probeert te werven, maar gaat er een verplichte aanmelding gelden voor zowel de Nederlandse Arbeidsdienst als de Arbeidsinzet, de 'Arbeitseinsatz'.
Om te ontsnappen aan de gedwongen tewerkstelling duiken in heel het land honderdduizenden mannen onder. Al snel ontstaat een kat- en muisspel tussen de organisaties voor hulp aan onderduikers en de bezetter om de snel opeenvolgende maatregelen tegen onderduikers tegen te werken.
Het ondergronds verzet speelt een belangrijke rol bij het verlenen van hulp aan onderduikers.
In 1942 initieert Kapelaan P.J.H. (Jean) Slots en collega H.Th.H. (Harry) Adams in een betere organisatie van het ondergronds verzet in Weert, juist vanwege de grotere druk op het verzet door het groeiend aantal onderduikers.
Beiden krijgen hulp van F.J.P. (Frans) Nies en M.A. (Marie Andrée) Hermans. Hun inspanningen leiden uiteindelijk tot de oprichting van een district Weert van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers. In totaal brengt de organisatie zo’n tweeduizend onderduikers onder.

Een van de moeilijkst te omzeilen klippen is de invoering van de Tweede Distributiestamkaart, begin 1944. Deze wordt gekoppeld aan het persoonsbewijs.
Vanaf 1 januari 1942 was iedere inwoner vanaf 15 jaar verplicht als legitimatie om een persoonsbewijs bij zich te dragen. Deze maatregel is vooral genomen omdat in toenemende mate het verzet distributiebescheiden vervalst om onderduikers te kunnen voorzien van voedsel en kleding.
Bij het verkrijgen van de Tweede Distributiekaart werd er streng toezicht gehouden. Men moest zich bij de distributiekantoren melden met de oproepkaart, de eerste distributiekaart en het persoonsbewijs.
Het persoonsbewijs werd vervolgens gecontroleerd op 'echtheid'. Na goedkeuring werd een controlezegel naast de pasfoto geplakt. Pas dan werd er overgegaan tot uitreiking van de nieuwe distributiestamkaart. Op deze manier wordt gepoogd onderduikers de toegang tot distributiebonnen onmogelijk te maken.
Om de maatregel effectief te saboteren vereist specialistische kennis. Daarover beschikt de Amsterdamse verzetsman Bob Jesse (schuilnaam Vos). In maart 1944 reist hij naar Roermond om de leiding van de Limburgse organisatie voor onderduikers te informeren hoe hij daarbij te werk gaat.
Wat de Limburgers niet weten is dat Jesse door het vele verzetswerk oververmoeid is geraakt en zich lichamelijk en mentaal uitgeput voelt. Evenmin weten ze dat hun contactman korte tijd later, op 16 juni 1944, bij een controle is aangehouden omdat hij met een vervalst persoonsbewijs in de trein zit.
Geconfronteerd met een overstelpende hoeveelheid bewijsmateriaal die op hem en bij hem thuis is aangetroffen, slaat de toch al labiele Jesse tijdens het verhoor door de Amsterdamse Sicherheitspolizei (SiPo) door. Zijn ondervrager wil onder meer weten wat de aantekening 'vergadering Limburg. Theo Roermond' te betekenen heeft.
Onder druk van de vreselijkste dreigementen verbreekt Jesse zijn aanvankelijke stilzwijgen en stemt ermee in om een vervolgafspraak met Theo (van Helvoort) uit Roermond en de leiding van de Limburgse organisatie te maken.
De houding van de bezetter verhardt en het dagelijks leven wordt steeds grimmiger. Met de invoering van de Arbeitseinsatz duiken vele jonge mannen onder. Met de invoering van de Tweede Distributiestamkaart gaat het verzet in Weert op zoek naar een manier om deze te omzeilen. Ze hopen dat de Amsterdamse verzetsman Bob Jesse, die specialistische kennis heeft over het saboteren van de Tweede Distributiestamkaart, uitkomst kan bieden.
Jesse reist op 21 juni 1944 af naar Weert voor een ontmoeting met Theo (van Helvoort) uit Roermond en de leiding van de Limburgse organisatie voor onderduikers. Wat deze organisatie niet weet is dat Jesse een paar dagen eerder, op 16 juni 1944, is opgepakt en verhoord door de Amsterdamse Sicherheitspolizei (SiPo). Onder druk van dreigementen breekt Jesse waardoor hun een dreiging te wachten staat.
Terwijl Jesse met vijf bewakers naar Weert reist, begeeft de Maastrichtse SiPo-agent Richard Nitsch zich met tien handlangers op weg naar Weert. Nadat Theo van Helvoort Jesse afhaalt van het station, lopen de twee al keuvelend in de richting van de vergaderplaats, het klooster-pensionaat St. Louis. Op zo’n honderd meter achter hen volgen de SiPo-leden. Jesse gedraagt zich volkomen normaal en Van Helvoort heeft niets in de gaten.
Na een kwartier bereiken de twee het klooster en begeven ze zich naar de eerste verdieping waar Jesse aan zijn verhaal begint. Buiten wordt intussen koortsachtig overlegd. Op het moment dat Nitsch hoort dat een groep soldaten naar een filmvoorstelling aan de overkant van de straat in het Scala theater zit te kijken, trommelt hij ze op om te assisteren. Meteen daarna dringen ze het klooster binnen.

De verrassing is compleet. Terwijl iemand nog roept 'papieren vernietigen' stuiven de elf aanwezigen uiteen. Vier van hen slagen erin om een veilig heenkomen te vinden. De andere zeven moeten zich tegen een muur op de binnenplaats van het klooster opstellen. Dat geldt ook voor broeder-overste Antoon Merkx die overigens nergens van wist.
Alle arrestanten worden overgebracht naar kamp Vught waar Nitsch zich te buiten gaat aan de meest weerzinwekkende wreedheden om meer aan de weet te komen. Op basis van de zo verkregen informatie volgen nieuwe arrestaties.
Op één na komen alle opgepakte verzetsmensen in Duitse gevangenschap om het leven.
| # | Naam | Hoedanigheid | Opgepakt | Overleden |
| 1 | A.H.M. Hermans ('Guus Jacobs') | Afgevaardigde LO, district Weert | Ja | Sachsenhausen april (?) 1945 |
| 2 | J.J. Hendrikx ('Ambrosius') | Bestuur LO, gewest Limburg Duikraad | Ja | Begin 1945 |
| 3 | F.J.K. (Jo) Russel ('Joe') | Afgevaardigde LO, district Venray | Nee | |
| 4 | Th.C. (Theo) van Helvoort ('Ton') | Afgevaardigde district Roermond | Nee | |
| 5 | Kapelaan J.W. Berix ('Giel') | Afgevaardigde LO, district Heerlen | Ja | Bergen-Belsen 13 maart 1945 |
| 6 | W.H.M. Jansen | Afgevaardigde LO, district Vierlingsbeek | Ja | Buchenwald 25 februari 1945 |
| 7 | J.M. Knops | Afgevaardigde Lo, district Gulpen | Ja | Bergen-Belsen 17 maart 1945 |
| 8 | Kapelaan J.J. Naus ('Van Doorn') | Bestuurslid LO, gewest Limburg, Duikraad | Ja | Bergen-Belsen 15 april 1945 |
| 9 | J.F.H. Mulders | Afgevaardigde LO, district Maastricht | Ja | Overleeft concentratiekamp |
| 10 | C. van Sambeek | Afgevaardigde LO, district Nijmegen | Nee | |
| 11 | J.A. Dijker | Afgevaardigde LO, district Maas en Waal | Nee | |
| 12 | Broeder A.H.J. Valentinus Merkx | Overste Broeders van Maastricht. Gastheer van de vergadering | Ja | Bergen-Belsen maart 1945 |

Vanzelfsprekend heerst na de dramatische gebeurtenis consternatie in Limburgse verzetskringen. Wie heeft het verraad op z'n geweten? Allerlei namen zingen aanvankelijk rond, maar toen in de loop van juli blijkt dat Jesse vrij rondloopt, is de conclusie snel getrokken.
Pogingen om hem te liquideren mislukken jammerlijk en leiden slechts tot blijvende invaliditeit van zijn echtgenote. Tegelijkertijd wordt geprobeerd om de gevangenen vrij te kopen wat in eerdere gevallen wel eens is gelukt. Het blijft bij pogingen.

In februari 1946, na de Bevrijding, moet Jesse verschijnen voor de Bijzondere Rechtbank van Roermond. Bij gebrek aan getuigen en vanwege zijn eerdere verdiensten voor het verzet en het feit dat hij onder extreem zware druk heeft gehandeld ontslaat de rechtbank hem van rechtsvervolging.
En hoewel meteen beroep tegen het vonnis wordt aangetekend, neemt de Bijzondere Raad van Cassatie het vonnis en de argumenten van de Roermondse rechtbank over.
Ter ere van bovengenoemde namen en anderen die een actieve rol hebben gespeeld in het verzet in de gemeente Weert is op donderdag 22 september 2022 door het Comité Herdenking en Bevrijding Weert het verzetsmonument op de hoek Wilhelminasingel/Molenpoort in Weert onthuld. Geen toevallig gekozen datum, want op 22 september 1944 wordt Weert door het Britse Suffolk Regiment bevrijd. Ieder jaar organiseert het comité op deze datum de herdenking van de bevrijding met dit jaar dus een bijzondere viering.
Het fysiek monument geeft een tastbare herinnering aan de namen en verhalen van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol hebben gespeeld in de gemeente Weert als het gaat om verzet tegen de bezetter. Het verbeeldt tevens het morele kompas van de Tweede Wereldoorlog en het gevecht voor vrijheid.
​Dit materiaal kunt u alleen bekijken in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek (externe link)
Bovenstaande archiefstukken en/of boeken kunt op aanvraag inzien in onze studiezaal, stuur dan een mail naar gemeentearchief@weert.nl
Houdt u er rekening mee dat diverse archiefstukken niet openbaar zijn.
Heeft u vraag, opmerking of aanvulling, neem dan gerust contact met ons op.