Toen en Noow afl. 50, gepubliceerd in Land van Weert 6 november 2013
Het gaat weer hard richting de 11e van de 11e. Bij het noemen van die datum zal de een denken aan het begin van het 'vastelaovundjsezoen', een ander - en dat geldt ook voor mij én vele kinderen - aan de viering van Sint-Maarten, op zijn Wieërts 'Sintemerte'.

Er is ook nog een andere associatie mogelijk, maar die leeft onder andere meer bij onze zuiderburen. In België betekent die datum toch vooral het herdenken van het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918, de dag van de wapenstilstand.
In deze aflevering daarom aandacht voor het kinderfeest van Sint-Maarten, het feest genoemd naar de Romeinse soldaat die zijn mantel deelde met een bedelaar en dat aanleiding gaf en geeft tot lampionnentochten, het aansteken van 'Sintemertehoûpen', en de eventuele warme chocomel met wafel en/of oliebol aansluitend.
Op sommige plaatsen kunnen we daar nog het zwart maken van onvermoede kinderen (iets wat in mijn tijd nog gepraktiseerd werd, maar allengs in Weert verdwenen is?) en de tochten met lampion langs de deuren voor snoep aan toevoegen.
'Sinte Merte vuuëgelke, haaj ‘n roeët kuuëgelke, haaj ‘n rooët stertje, danke Sinte Merte', zo klonk het dan uit onze kinderkelen. Voor andere (meer juiste?) versies kunt u terecht in het Veldeke-boek De Weertlandse dialecten.
In tegenstelling tot de Sint-Maartenshoop die tegenwoordig in een mum van tijd wordt opgebouwd met lege pallets (ten minste dat is mijn ervaring, opgedaan in de wijk Leuken), gingen aan die verbranding in vroeger tijd uren werk van de jeugd uit de buurt of wijk vooraf.
Weken was die in de weer om het tuinafval, het resultaat van de tuin winterklaar maken, te verzamelen en naar de hoop te slepen. Daar werd het dan door een aantal 'groten' opgestapeld tot een hechte - bijna - groene massa, die op de bewuste avond in november vooral lang moest branden.
Uit die tijd stamt deze foto van Fons Stribos, die ik na een kleine zoektocht in de leggers van de Maas- en Roerbode terugvond in de editie van 3 november 1965. Daarin figureert de foto prominent op de pagina als vooraankondiging van het komende Sint-Maartensfeest.
De kinderen op de foto zijn flink in de weer om datgene wat aangereikt wordt tot een zo hoog mogelijke massa te stapelen. Dat daarbij ook fietsen- en aardig wat autobanden worden verzameld, was toen algemeen gangbaar, tegenwoordig strikt verboden.

Die laatste stonken behoorlijk en gaven een vette zwarte walm af. Ook de afstand tot de bebouwing die toen in acht genomen moest worden, was beduidend minder dan tegenwoordig.
Op de foto is van bebouwing geen sprake, maar dat komt omdat de wijk waar het hier om gaat, Groenewoud, nog volop in ontwikkeling was. Ruimte te over dus.
Een minder prettige bijkomstigheid van deze buurtinitiatieven was wel dat andere, al dan niet jaloerse bouwers de takkenhopen voortijdig in 'de fik' probeerden te steken. De tekst bij de foto in de bewuste krant eindigt dan ook met een droevige berusting over deze ongein: 'Wij vernemen dat een der buurtschappen een wacht bij de hopen heeft geplaatst. Een loffelijk idee, maar het moest niet nodig behoeven te zijn'.
Fons Stribos maakte overigens van de herfstscene twee foto's. De andere verscheen al eens in de rubriek Terug Gekiekt en leverde de naam op van Geert Barents. Die is volgens mij hierop niet te zien. Wel opvallend is dat op beide foto’s nog jongens in korte broek te zien zijn. Voorwaar, geen watjes.
Dat er buiten de spontane zelfwerkzaamheid van nijvere jongens en meisjes ook iets van een organisatie aan te pas kwam, wordt gesuggereerd door de tekst op de autoband die boven de hoop uittorent.
Daarop staat Vrije Jeugd. Het gaat om een verwijzing naar de Stichting Vrije Jeugd Groenewoud die in die tijd de nodige activiteiten organiseerde, samen met de Stichting Gemeenschapshuis Groenwoud/Leuken. Ze deed dat in de Schaapskooi in de Maastrichterstraat. Veel is mij over de stichting verder niet bekend. Mocht u er meer over weten dan hoor ik dat graag.